Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en/of de balans. Deze kengetallen kunnen behulpzaam zijn bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Elk kengetal lichten we toe en vergelijken we met signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland. De provincie hanteert de volgende drie categorieën: minst risicovol, neutraal en meest risicovol. Wij benadrukken dat we voorzichtig moeten omgaan met conclusies te trekken uit individuele kengetallen. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bekeken. In het MPG 2026 is de planning van de verkopen aangepast waardoor de schuldquote minder hard stijgt dan in eerdere begrotingen. Deze planning moet nog worden gerealiseerd en de realisatie kan beïnvloed worden door ontwikkelingen op energie- en/of stikstofgebied.

Netto schuldquote

Netto schuldquote (bedragen x € 1.000 ;
stand ultimo boekjaar)

Jaarstukken 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

A

Vaste schulden

67.475

171.581

167.572

166.744

156.698

B

Netto vlottende schuld

11.221

10.000

10.000

10.000

10.000

C

Overlopende passiva

30.293

8.723

9.325

8.954

8.954

D

Financiële vaste activa (cf. art. 36 lid d, e en f)

4.124

5.316

6.891

6.880

6.869

E

Uitzettingen < 1 jaar

14.909

7.000

7.000

7.000

22.686

F

Liquide middelen

83

0

0

0

0

G

Overlopende activa

9.246

1.000

1.000

1.000

1.000

H

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

195.524

194.317

206.887

200.463

178.045

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

41%

91%

83%

85%

81%

I

Financiële vaste activa (exclusief uitstaande leningen)

2.629

2.629

2.629

2.629

2.629

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G-I)/H x 100%

42%

92%

85%

87%

84%

Signaleringswaarde provincie: <90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal en >130% is meest risicovol

De netto schuldquote is het totaal van de leningenportefeuille verminderd met de eigen middelen. Hierdoor ontstaat een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre de gemeente geld doorleent, is ook de netto schuldquote exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote neemt toe in de komende jaren, voornamelijk als gevolg van de geplande nieuwe investeringen. Deze leiden tot een toename van de schulden. De schuldquote ging fors oplopen richting de categorie meest risicovol. Deze ontwikkeling is in aanloop naar de perspectiefnota 2021-2024 onderkend. Dit is mede de reden geweest dat er maatregelen zijn getroffen om de schuldpositie niet verder op te laten lopen. Op basis van de huidige keuzes, inzichten en prognoses zal de schuld na 2027 afnemen. De oplopende netto schuldquote zal van minst risicovol in de signaleringswaarde van de provincie verschuiven naar de bovenkant van neutraal.

Solvabiliteitsratio

Solvabiliteit (in procent)

Jaarstukken 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

A

Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)

141.302

142.447

142.667

142.594

142.771

B

Balanstotaal

273.835

349.275

345.327

343.492

329.167

Solvabiliteit (A/B) x 100%

52%

41%

41%

42%

43%

Signaleringswaarde provincie: >50% is minst risicovol, 20-50% is neutraal en <20% is meest risicovol

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de verhouding van het eigen vermogen tot het balanstotaal. Dit laat zien dat we op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. De dalende solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door het stijgende balanstotaal als gevolg van de geplande investeringen. Het stijgende balanstotaal geeft risico's. Op basis van de signaleringswaarde is de solvabiliteitsratio neutraal.

Structurele exploitatieruimte

Structurele exploitatieruimte (bedragen x € 1.000)

Jaarstukken 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

A

Totale structurele lasten

171.508

182.406

174.070

172.551

172.574

B

Totale structurele baten

187.302

183.002

173.945

172.248

172.393

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

24

24

24

24

24

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

123

816

1.148

1.350

1.450

E

Totale baten

195.524

206.023

208.522

204.077

179.524

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

8,1%

0,7%

0,5%

0,5%

0,7%

Signaleringswaarde provincie: >0% is minst risicovol, = 0% is neutraal en <0% is meest risicovol

Het kengetal structurele exploitatieruimte laat zien of de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken. De signaleringswaarde structurele exploitatieruimte komt voor de begroting 2027 uit op het minst risicovol.

Grondexploitatie

Grondexploitatie (bedragen x € 1.000 ;
stand ultimo boekjaar)

Jaarstukken 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

A

Bouwgronden in exploitatie

53.881

64.876

75.456

53.686

34.380

B

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

195.524

194.317

206.887

200.463

178.045

Grondexploitatie (A/B) x 100%

28%

33%

36%

27%

19%

Signaleringswaarde provincie: <20% is minst risicovol, 20-35% is neutraal en >35% is meest risicovol

Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van grondexploitatie weer ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Dit kengetal geeft twee zaken weer. Allereerst is er een risico dat de gemeente bij verkoop van de gronden niet de gehele boekwaarde kan realiseren. Als tweede kan een hoge boekwaarde wel betekenen dat bij verkoop de opbrengsten (incidentele baten) gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld de leningenportefeuille af te bouwen. Op basis van de signaleringswaarde komt in 2028 de signaalwaarde in de categorie meest risicovol. Dit wordt met name veroorzaakt door de grondexploitatie Groote Haar, waarvoor de investeringen eerst moeten worden gedaan, maar de inkomsten pas later (deels buiten dit meerjarenperspectief) gerealiseerd zullen worden. Door de actualisatie van het MPG 2026 waarbij een deel van de verkopen naar voren is gehaald is dit risico meerjarig verminderd. Deze verkopen dienen nog te worden gerealiseerd.

Belastingcapaciteit

Belastingcapaciteit (bedragen in euro's)

Jaarstukken 2025

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

A

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

323

338

338

338

338

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

201

246

246

246

246

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

400

451

451

451

451

D

Eventuele heffingskorting

0

0

0

0

0

E

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

924

1.035

1.035

1.035

1.035

F

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin (in jaar t -1)

994

1.095

1.095

1.095

1.095

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100%

93%

95%

95%

95%

95%

Signaleringswaarde provincie: <95% is minst risicovol, 95-105% is neutraal en >105% is meest risicovol

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 100%. De komende jaren ligt de belastingdruk rond het landelijk gemiddelde en deze is op basis van de signaleringswaarde van de provincie neutraal. In bovenstaande tabel is voor de rioolheffing uitgegaan van het nieuwe tarief uit het omgevingsplan riolering en stedelijk water (scenario 1).

De belastingcapaciteit is berekend conform de regels van het BBV en de provincie. Dit betekent dat de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen zijn meegenomen en niet alleen de WOZ-waarde van de koopwoningen. Voor de gemiddelde WOZ-waarde wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.

Financiële kengetallen in perspectief

Geen beschrijving aanwezig

Kengetallen die op groen staan beoordelen we als een positieve situatie. Kengetallen die op rood staan, geven aanleiding tot zorgen en vragen dus nadere aandacht.

Door de aangepaste verkoopplanning van Groote Haar lopen de schulden minder hard op dan in voorgaande begrotingen. Indien deze planning wordt gerealiseerd neemt het aantal groene kengetallen toe ten opzichte van voorgaande begrotingen.

Naast de afhankelijkheid van Groote Haar zien we dat het Rijk steeds vaker voor specifieke taken middelen toekent. Hierdoor zijn onze baten incidenteel hoger en wordt onze schuldquote incidenteel lager. Vertraging van de planning van Groote Haar leidt tot een hogere schuldquote. Door toenemende grondstofprijzen, hogere rentekosten en eventuele vertraging op Groote Haar komt er meer druk op de betaalbaarheid en flexibiliteit van onze lasten. Het realiseren van een sluitende begroting zal dan ook voor de korte en lange termijn een grotere opgave worden.