Beschikbare weerstandscapaciteit
In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd.
Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen) | Jaarstukken 2025 | Begroting 2027 |
|---|---|---|
Algemene reserve | 29,0 | 30,6 |
Onbenutte belastingcapaciteit | 1,4 | 1,7 |
Post onvoorzien | 0,1 | 0,0 |
Meerjarige begrotingssaldi | 0,9 | 3,4 |
Totale weerstandscapaciteit | 31,5 | 35,6 |
De algemene reserve is hoger als gevolg van de storting van het resultaat na bestemming uit de jaarrekening 2025.
De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de Gorinchemse OZB-tarieven en de "artikel-12-tarieven". Dit zijn de tarieven die een gemeente minimaal moet heffen om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (via het gemeentefonds). De onbenutte capaciteit wordt incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit, omdat deze in de praktijk niet snel wordt ingezet.
Ook de post onvoorzien, die ieder jaar in de begroting staat, wordt slechts incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit. Er zal namelijk in het eerstvolgende jaar weer een nieuwe post voor onvoorziene zaken in de begroting worden opgenomen. De post onvoorzien is in de begroting 2027 verlaagd naar € 50.000. De omvang van deze post heeft een beperkt effect en wordt nu niet meer meegenomen in de berekening.
Het meerjarige begrotingssaldo betreft de optelling van de begrotingssaldi 2027 t/m 2030 (inclusief de eerste wijziging).
