Overzicht lokale heffingen

De drie belangrijkste lokale heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Hieronder wordt ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten voor deze heffingen in 2027. Daarnaast wordt kort ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten van de overige belastingen, heffingen en rechten. De verordeningen waarin de tarieven worden vastgelegd, zullen in december aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Baten
In de komende jaren worden de volgende baten uit lokale heffingen geraamd:

Heffingssoort (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Algemene dekkingsmiddelen:

Onroerende zaakbelasting (OZB)

13.245

13.583

13.583

13.583

13.583

Roerende zaakbelasting (RZB)

16

16

16

16

16

Toeristenbelasting

380

430

430

430

430

Parkeerbelastingen

2.765

2.713

2.713

2.713

2.713

Precariobelasting

150

150

150

150

150

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

16.557

16.892

16.892

16.892

16.892

Gebonden heffingen:

Afvalstoffenheffing

6.853

7.245

7.348

7.371

7.393

Rioolbelasting

4.025

4.870

4.980

5.092

5.206

Leges

2.068

2.176

2.141

1.910

1.811

Begraafrechten

417

417

417

417

417

Marktgelden

29

29

29

29

29

Subtotaal gebonden heffingen

13.392

14.737

14.914

14.818

14.857

Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen

29.949

31.629

31.806

31.711

31.749

Algemene dekkingsmiddelen

Deze opbrengsten mogen vrij worden besteed. Er gelden geen wettelijke beperkingen voor de mate waarin de tarieven mogen worden verhoogd. Per opbrengstsoort volgt een toelichting op de ontwikkelingen in 2027.

Onroerende zaakbelasting
De OZB is de gemeentelijke belasting met de hoogste opbrengst. De OZB-tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken. Overeenkomstig de perspectiefnota 2027-2030 zijn de OZB-opbrengsten met 2,1% verhoogd.
De waarde wordt getaxeerd conform de WOZ en elk jaar opnieuw vastgesteld. In onderstaande tabel worden de concepttarieven getoond. Deze tarieven zijn gebaseerd op de begrote opbrengsten en het nu bekende heffingsareaal. Na de nieuwe herwaardering zullen de definitieve tarieven worden berekend en door de raad worden vastgelegd bij de vaststelling van de verordeningen 2027.

Onroerende zaakbelasting

Heffingsareaal

(bedragen x € 1.000.000)

Tarief 2026

Concepttarief 2027

Opbrengst (bedragen x € 1.000)

Woningen

- Eigenaar

7.978

0,0813%

0,0771%

6.150

Niet woningen

- Eigenaar

1.119

0,3838%

0,3833%

4.290

- Gebruiker

1.055

0,3404%

0,2979%

3.143

Roerende zaakbelasting
De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dit verschil dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB-tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de woonarken.

Toeristenbelasting
De toeristenbelasting is per 1 juni 2024 ingevoerd om bezoekers mee te laten betalen aan onze voorzieningen. Stapsgewijs wordt het tarief voor de toeristenbelasting verhoogd zodat deze beter is afgestemd op het landelijke gemiddelde. De toeristenbelasting zal overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2027-2030 met 15% worden verhoogd.

Parkeeropbrengsten
De gemeente heft parkeerbelasting voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip, of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelasting worden algemene inkomsten verkregen. Daarnaast heeft de gemeente parkeergarages waar ook tegen betaling kan worden geparkeerd. De parkeertarieven worden overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2027-2030 geïndexeerd met 2,1%.

Precariobelasting
De gemeente heft precariobelasting voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voor reclame-uitingen en uitstallingen bij winkels wordt momenteel geen precario geheven.

Gebonden heffingen
De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient ter dekking van de kosten die de gemeente voor deze dienstverlening maakt.

Per heffingssoort wordt de opbouw van de lasten weergegeven, waarbij we een onderscheid maken in de volgende twee categorieën:

  • Directe lasten op basis van de taakvelden (alle direct toe te rekenen lasten, exclusief overhead);

  • Indirecte lasten bestaande uit overhead en BTW.

Voor het bepalen van het dekkingspercentage worden de lasten inzake overhead en BTW toegerekend. Dit zijn de indirecte lasten. De overhead wordt toegerekend op basis van een overheadtarief en het aantal begrote uren per heffing.

Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden. Hierbij hanteren we twee tarieven, namelijk voor één- en meerpersoonshuishoudens. Bij éénpersoonshuishoudens wordt een korting verleend van 20% op het meerpersoonstarief. Het gemeentelijke uitgangspunt is dat de tarieven 100% kostendekkend zijn. Ten opzichte van 2026 is het tarief in 2027 gestegen. Dit komt voornamelijk door de verhoging van de bijdrage aan de GR Reinigingsdienst Waardlanden. De verhoogde bijdrage wordt doorberekend in het tarief van de afvalstoffenheffing. Met ingang van 1-1-2024 is Diftar ingevoerd. Zie verdere toelichting bij lokale lastendruk.

Geen beschrijving aanwezig

Opbouw tarieven
De begrote kwijtschelding afvalstoffenheffing en 15% van de perceptiekosten voor diverse belastingen worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Het percentage van 15% is bepaald op basis van ervaringscijfers. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief.

Afvalstoffenheffing

Bedragen x € 1.000

Lasten taakvelden

7.206

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-

Netto lasten taakvelden

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

109

Totale lasten

7.315

Opbrengst heffingen

7.315

Dekkingspercentage

100%

Rioolbelasting
Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente op grond van artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Evenals bij de afvalstoffenheffing wordt bij woningen een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die uit de rioolbelasting worden gedekt, behoren niet alleen de uitgaven voor rioolbeheer en onderhoud, maar ook 50% van de kosten voor straatreiniging en 50% van de kosten voor waterbeheersing. Er is gekozen om de ontwikkeling van de rioolbelastingtarieven over een periode van 60 jaar te bekijken, omdat dit een realistischer beeld geeft van de verwachte tariefontwikkeling. In deze systematiek wordt de egalisatievoorziening ingezet om de kostenschommelingen te vereffenen die zich gedurende deze periode kunnen voordoen. De toekomstige financiële effecten zijn opgenomen in het vastgestelde programma riolering en stedelijk Water 2026-2030.

Geen beschrijving aanwezig

Opbouw tarieven
De begrote kwijtschelding rioolbelasting en 15% van de perceptiekosten voor diverse belastingen worden toegerekend aan de rioolbelasting. Het percentage van 15% is bepaald op basis van ervaringscijfers. De lasten van straatvegen worden voor 50% meegenomen in het tarief. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief.

Rioolbelasting

Bedragen x € 1.000

Lasten taakvelden

5.959

Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen

-

Netto lasten taakvelden

5.959

Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)

391

Totale lasten

6.350

Opbrengst heffingen

6.350

Dekkingspercentage

100%

Leges
Leges betreffen het recht op grond van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het betreft dan bijvoorbeeld het behandelen van verzoeken om verlening van een vergunning en het verstrekken van een paspoort of rijbewijs. Sommige legestarieven, zoals die van paspoorten en rijbewijzen, zijn gebonden aan wettelijke maxima en kunnen dus alleen worden verhoogd in de mate waarin het Rijk het toestaat. De overige tarieven, voor zover niet aan een maximum gebonden, zullen overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2027-2030 worden geïndexeerd met 2,1%.

In de onderstaande tabel zijn de omvang en het dekkingspercentage van de onderdelen weergegeven.

Leges (bedragen x € 1.000)

Omgevingsvergunningen

Publiekszaken

Overige leges

Totaal leges

Lasten taakvelden

1.235

1.558

62

2.856

Toe te rekenen lasten (overhead)

651

700

0

1.351

Totale lasten

1.886

2.258

62

4.207

Opbrengst heffingen

1.256

858

62

2.176

Dekkingspercentage

67%

38%

100%

52%

Lijkbezorgingsrechten
Onderzoeksbureau Senze heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de kostendekkendheid van de gemeentelijke heffingen en rechten. Om kostendekkendheid op termijn te bereiken zijn de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten conform de perspectiefnota 2022 met 10% verhoogd in 2022 en 2023. Het vergt enige tijd voordat deze verhogingen doorwerken als gevolg van het afkopen van rechten voor bepaalde tijd. Daarom zijn de opbrengsten in lijn met de perspectiefnota 2026-2029 bijgesteld. Voor 2027 zullen de tarieven overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2027-2030 worden geïndexeerd met 2,1%. Uitgangspunt blijft het streven naar kostendekkendheid.

Lijkbezorgingsrechten

Bedragen x € 1.000

Lasten taakvelden

501

Toe te rekenen lasten (overhead)

200

Totale lasten

701

Opbrengst heffingen

417

Dekkingspercentage

60%

Marktgelden
Voor 2027 zullen de tarieven overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2027-2030 worden geïndexeerd met 2,1%.

Marktgelden

Bedragen x € 1.000

Lasten taakvelden

32

Toe te rekenen lasten (overhead)

16

Totale lasten

48

Opbrengst heffingen

29

Dekkingspercentage

60%