Visie, beleid en uitvoering

Gorinchem staat voor verschillende ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De stad wil ruimte bieden aan wonen, werken, voorzieningen, bereikbaarheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en een aantrekkelijke openbare ruimte. Het coalitieakkoord Samen meer mogelijk maken 2026-2030 zet daarbij in op een sterk, sociaal, duurzaam en ondernemend Gorinchem. Voor woningbouw ligt de nadruk onder andere op een gemengd en betaalbaar woningbouwprogramma, het benutten van transformatiekansen en samenwerking met inwoners, woningcorporaties en marktpartijen. Ook wordt ingezet op een toekomstbestendige infrastructuur, intensiever ruimtegebruik, energiehubs en energie- en klimaatbestendige bedrijventerreinen.

De visie wordt onderbouwd door de volgende beleidsstukken:

  • Coalitieakkoord 2026-2030

  • Grondbeleid en Kostenverhaal 2026-2029

  • Vastgoedbeleid 2026-2032

  • BBV notitie grondbeleid

  • Visie van de stad GO2032

  • Bedrijventerreinvisie Zuid-Holland Zuid 2022-2030

  • Financiële verordening

  • Omgevingsvisie Gorinchem 2050

Het grondbeleid is geen zelfstandig doel, maar een instrument om deze ruimtelijke en maatschappelijke doelstellingen op een verantwoorde, transparante en economisch uitvoerbare wijze te realiseren. Daarbij gaat het niet uitsluitend om gemeentelijke grondexploitaties. Ook verwerving, gronduitgifte, samenwerking met marktpartijen, kostenverhaal en de inzet van publiekrechtelijke beleidsinstrumenten behoren tot het gemeentelijke grondbeleid. De visie en ambities van Gorinchem moeten door middel van deze beleidsstukken worden gefaciliteerd en uiteindelijk gerealiseerd.

Grondbeleid

De kaders voor de uitvoering zijn vastgelegd in de Nota Grondbeleid en kostenverhaal 2026-2029. Met deze nota is de eerdere Nota Grondbeleid 2020-2023 vervangen. In de nieuwe nota is gekozen voor situationeel grondbeleid. Dit betekent dat niet vooraf voor iedere ontwikkeling dezelfde gemeentelijke rol wordt gekozen, maar dat per locatie en initiatief een integrale afweging wordt gemaakt.

Bij deze afweging worden de volgende aspecten betrokken: de mate waarin gemeentelijke sturing en regie noodzakelijk zijn; de aanwezigheid en werking van de markt; de bereidheid en mogelijkheid om financiële middelen in te zetten; de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve organisatiecapaciteit; de omvang en aanvaardbaarheid van het risicoprofiel.

Afhankelijk van deze afweging kan de gemeente kiezen voor actief grondbeleid, faciliterend grondbeleid of een publiek-private samenwerking. Bij actief grondbeleid verwerft en ontwikkelt de gemeente zelf gronden en draagt zij in belangrijke mate de financiële risico’s. Bij faciliterend grondbeleid wordt de ontwikkeling door een private partij uitgevoerd en stelt de gemeente de publiekrechtelijke en beleidsmatige kaders. Bij een publiek-private samenwerking worden taken, verantwoordelijkheden, investeringen en risico’s tussen de gemeente en een of meer marktpartijen verdeeld.

De keuze voor een actieve rol kan de gemeente meer zeggenschap geven over het programma, de kwaliteit, de fasering en de uitvoering van een ontwikkeling. Daar staan een grotere inzet van financiële middelen, een mogelijke toename van de schuldpositie, extra beslag op de ambtelijke capaciteit en een hoger risicoprofiel tegenover. Bij iedere ontwikkeling wordt daarom gezocht naar een passende verhouding tussen gemeentelijke regie, uitvoerbaarheid en risico.

De ontwikkeling van bedrijventerreinen is terug te vinden in programma 4 (Economie). Woonlocaties en uitleggebieden worden hierin niet benoemd, omdat er op het moment van opstellen geen actieve plannen voor deze locaties zijn.

Meerjarenperspectief Grondexploitaties

In het MPG staan de financiële stand van zaken en de bijbehorende risico’s van de gemeentelijke grondexploitaties in één overzicht. Het MPG zorgt ervoor dat de gemeenteraad beter geïnformeerd is op de ruimtelijke projecten (kwalitatief en kwantitatief). Bovendien legt het college er verantwoording mee af over de bereikte resultaten binnen de grondexploitaties. Het MPG geeft inzicht in het verloop van de grondvoorraad van de in exploitatie genomen gronden.

Op dit moment zijn er twee actieve grondexploitaties; Groote Haar en Oost II. Er zijn op het moment van opstellen geen actieve voorbereidingskredieten vastgesteld ter voorbereiding van nieuwe grondexploitaties.